Elektronica en Programmeren – de stroomkring –

In de vorige les heb je je eerste schakeling gebouwd.

Natuurlijk is het belangrijk dat je begrijpt hoe deze schakeling eigenlijk werkt. Om dit uit te leggen gebruiken we een simulatie programma om je duidelijk te laten zien wat er gebeurt met stroom, spanning en weerstand. Dit zijn 3 begrippen die we regelmatig zullen tegenkomen.

Ook laten we je zien wat je beslist nooit mag doen, om te voorkomen dat de onderdelen uit de doos kapot gaan.

De stroomkring

Het begin van een schakeling is een simpele stroomkring. Waarschijnlijk heb je hier al eens over gehoord, maar voor alle duidelijkheid laten we hier een zeer eenvoudige stroomkring zien.

Zoals je kunt zien komt er een stroom uit de batterij, gaat via een kabel naar het lampje en via de andere kabel weer terug naar de batterij (de stroombron of spanningsbron). De kring is dus gesloten en werkt, m.a.w. het lampje brandt!

Door het plaatsen van een schakelaar kun je de stroomkring onderbreken en zal de lamp uitgaan.

 

 

Soms gaat het mis… kortsluiting!!

Werken met elektriciteit is zeker niet altijd zonder gevaar. Vandaar dat het goed is, dat je weet wat je wel kunt doen en wat niet.

Je hebt eerder al gehoord dat we altijd een spanningsbron nodig hebben, willen we een schakeling kunnen bouwen. Nu is het zo, dat we gebruik kunnen maken van wisselspanning en gelijkspanning. De wisselspanning komt in het algemeen uit het stopcontact en is in Nederland 230 Volt. Deze spanning is zo hoog, dat je eraan dood zou kunnen gaan! Wij gebruiken bij onze experimenten dus geen wisselspanning.

De gelijkspanning die wij gebruiken is laag. (2 batterijen van ieder 1,5 Volt = samen 3Volt) Deze spanning is veilig en wordt gebruikt in de elektronica.

 

In de vorige video heb je gezien dat de stroom altijd een weerstand nodig heeft. Met een weerstand bedoelen we een lamp, een motor of een ander apparaat dat stroom verbruikt. Wordt er geen stroom afgenomen, dan hebben we te maken met kortsluiting.
Ook heb je gezien dat de stroom door sommige materialen wel en door andere materialen niet wordt doorgelaten. We noemen dit geleiders en niet-geleiders (of isolatoren).

Schakeling met LED lamp, samen met een weerstand. 

Wat heb je nodig?

  • onderplaat
  • batterij (spanningsbron)
  • rode LED
  • schuifschakelaar
  • weerstand 100 Ohm
  • 4 draadbruggen van 2

 

Bij het volgende experiment ga je onderzoeken welke materialen wel en welke geen stroom doorlaten.

 

Haal van de vorige schakeling de schakelaar weg. We gaan nu onderzoeken welke materialen wel en welke materialen geen stroom doorlaten. Kijk eerst even naar de video.

 

 

Onderzoek

Probeer zoveel mogelijk verschillende materialen te testen. Onderzoek of de stroom wordt geleid of niet. Maak een lijst met geleiders en niet-geleiders. Laat je leerkracht de lijst bekijken.